Menu
  • Bel ons:073 - 522 00 09

Castratie & sterilisatie

Vruchtbaarheid en castraties

  • Algemene informatie
  • Hond
  • Kat
  • Konijn

Algemene informatie

De begrippen en ingrepen

De begrippen castratie en sterilisatie worden vaak verkeerd gebruikt. In de volksmond wordt meestal gesproken over castratie bij mannelijke dieren en sterilisatie bij vrouwelijke dieren. Dit is niet het geval, ook vrouwelijke dieren worden gecastreerd. Een kenmerk van een castratie is dat er weefsel wordt weggehaald. Bij mannelijke dieren gaat het om de zaadballen, en bij vrouwelijke dieren om de eierstokken en/of baarmoeder. Deze ingreep is onomkeerbaar. Bij sterilisatie wordt enkel de verbinding met eileiders of zaadleiders verbroken, de hormonale invloed blijft bestaan. Een sterilisatie wordt bij honden, katten en konijnen eigenlijk nooit uitgevoerd.

Hond

Hormonale invloeden

Als een teef lichamelijk volwassen is komt ze in de puberteit. In de puberteit komt ook de eerste loopsheid (ovulatiecyclus). Wanneer de eerste loopsheid zal zijn is sterk afhankelijk van de grootte van het ras en van het aantal uren daglicht. De meeste teven hebben twee ovulatiecycli per jaar en komen nooit in de overgang.

Het is voor de gezondheid van de teef het beste om haar te laten castreren als u geen nestje wilt fokken. Hierdoor wordt ongewenste dracht en loopsheid voorkomen. Loopsheid kan hinderlijk zijn door het bloedverlies, en onrust veroorzaken bij reuen in de omgeving. Maar belangrijker is dat de hormonale invloeden de medische risico’s vergroten. Deze kunnen levensbedreigende zijn, o.a. baarmoederontsteking, tumoren in de melkklieren, baarmoeder en eierstokken, maar ook suikerziekte en schijnzwangerschap. Onderschat deze risico’s niet. De kans dat een teef mammatumoren ontwikkelt is na de vierde loopsheid 300 maal groterDaarom het advies uw teef tijdig te laten castreren en zo de kans op eerdergenoemde problemen te verminderen.

Operatie

Castratie is een operatie onder algehele narcose. Elke operatie brengt een zeker risico met zich mee, al is dit met de huidige anaesthesiemiddelen erg klein. Na castratie is het verstandig om op het lichaamsgewicht van de hond te letten, ze hebben de neiging wat zwaarder worden. Er wordt voedingsadvies gegeven om dit te voorkomen. Incontinentie kan bij een klein percentage van de teven optreden, maar is met medicatie goed behandelbaar. Bij teefjes die van nature al wat vinnig zijn, kan dit gedrag soms versterkt worden. Ook kan soms de vachtstructuur iets veranderen.

Het is raadzaam om teven vanaf zes maanden leeftijd voor de eerste loopsheid te laten castreren. Is uw hond net loops geweest dan is het advies om de operatie drie maanden na de loopsheid uit te voeren, maar wel alvast een afspraak te maken.

Wilt u een afspraak maken of heeft u vragen bel 073 - 522 00 09 of mail info@dierenkliniekrosmalencentrum.nl.

Kat

Hormonale invloeden

Laat de poes of kater castreren voordat ze geslachtsrijp zijn, tenzij je met hem of haar wil fokken. Gemiddeld zijn ze dit met zes maanden. Bij katten is de hormonale prikkeling sterk afhankelijk van het aantal uren daglicht. Dit betekent voor jonge katers en poezen dat ze meestal aan het einde van de winter (januari-februari) seksueel gedrag gaan vertonen omdat het aantal lichturen dan toeneemt.

Operatie

Door een castratie kunnen we het beste voorkomen dat poezen en katers voor nageslacht zorgen. Operatief wordt bij poezen eierstokken en soms ook de baarmoeder verwijderd, bij katers alleen de zaadballen. In beide gevallen wordt er weefsel weggenomen en is het een castratie, ook al wordt er in de volksmond vaak gesproken over een “sterilisatie bij de poes”.

Nageslacht en probleemgedrag

Katers en poezen die niet worden gecastreerd kunnen probleemgedrag gaan vertonen. Katers kunnen gaan sproeien (urine afzetten in huis en buitenshuis), vechten met andere katers, en rondzwerven, op zoek te gaan naar krolse poezen.

Poezen worden krols (iedere drie weken). Krolsheid wordt meestal kenbaar gemaakt door luid en indringend te miauwen waardoor de baas kan denken dat zijn poes ernstig ziek is, maar ook plassen buiten de kattenbak, ontsnappen en ongewenste dracht. Om dit alles voor te zijn is het advies om in het begin van het jaar de jonge katers en poezen te laten ‘helpen’, maar zeker vanaf zes maanden leeftijd. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om zijn kater of poes te laten castreren. Dit beperkt het kattenoverschot en veel probleemgedrag wordt erdoor voorkomen.

Konijn

Baarmoederhalskanker en baarmoederonsteking

Als u zeker weet dat u geen nestje van uw konijn wilt is castratie op vroege leeftijd de beste keuze.

Een mannelijke konijn kan al op vier tot vijf maanden worden gecastreerd. De meest ideale leeftijd om een vrouwelijk konijn (voedster) te castreren is vanaf negen maanden. Niet gecastreerde voedsters lopen grote kans een baarmoederontsteking of baarmoederkanker te ontwikkelen. Baarmoederkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij het konijn. Een niet gecastreerde voedster van vier jaar of ouder heeft een kans van 50 tot 80% op baarmoederkanker. Deze beide gevallen kunnen levensbedreigend zijn. Het is dan ook belangrijk dat u de symptomen herkent en tijdig aan de bel trekt.

Symptomen van bovenstaande aandoeningen kunnen zijn: lusteloosheid, veel drinken en veel plassen, geen of weinig eetlust, vermageren en in sommige gevallen vaginale afscheiding.

Sociaal gedrag

Konijnen zijn sociale dieren. Het liefst zijn ze samen met andere konijnen. Omdat rammen moeilijk samen gehouden kunnen worden en voedsters lastig te koppelen zijn is de beste combinatie een ram en een voedster. Met een castatie voorkomt u natuurlijk ook een ongewenste dracht.

Agressiviteit of dominantie bij konijnen kan in sommige gevallen voorkomen worden door het konijn te laten castreren, maar dit is natuurlijk geen garantie.

De ingreep

Castratie is een ingreep die onder algehele narcose gebeurt. Er wordt een kleine snede in de buikwand gemaakt waarna de eierstokken en de baarmoeder worden verwijderd. Zodra uw konijn weer goed wakker is en wat heeft gegeten, kan het konijn weer naar huis. U krijgt een pijnstiller en een antibioticakuur mee. Daar hoeft u pas de dag na de operatie mee te beginnen. Voor de operatie heeft het konijn deze namelijk al per injectie toegediend gekregen.

Narcose brengt bij iedere ingreep en bij ieder dier een risico met zich mee. Zo ook bij de castratie van het konijn. Bij de voedster kunnen door de buikoperatie de darmen stil komen te liggen en de organen in de buik verkleven. Met de juiste technieken en voorzorgsmaatregelen is er echter geen reden waarom konijnen niet veilig en succesvol geopereerd kunnen worden.

Terug naar Uw huisdier